dinsdag 28 september 2010

Weinjao en Minja

Heel lang geleden werden er in het Wei-dal ten tijde van de Zhou, op nieuwjaarsdag, twee speciale baby’s geboren. De nietigste en lelijkste van deze twee, Weinjao genoemd, kwam uit de laagste klasse van heel het rijk. De mooiste, wonderbaarlijkste, liefste en prachtigste van de twee, Minja genoemd, kwam uit de hoogste klassen van het Al-onder-de-Hemel.
Weinjao groeide op met drie grote broers boven haar, ze kreeg altijd het zwaarste werk te verduren en had nooit eens tijd voor zichzelf. Maar ze was gelukkig.
Minja groeide als enig kind op. Ze kreeg altijd wat haar hartje begeerde. Maar ze was diep ongelukkig.
Weinjao en Minja waren beiden gezond, beiden slim en beiden handig. Toch kon het geschieden dat Weinjao haar hart reeds aan een knappe jongeman van de hoogste klasse had verpand, Moesja genoemd. Minja, met al haar schoonheid en macht had nog nooit de liefde kunnen omarmen.
Moesja, als zoon van één van de machtigste heren van zijn tijd, zag Weinjao niet staan. Hij had zijn hart aan Minja verpand, maar Minja was te druk bezig met het zorgen dat ze wonderbaarlijk, lief en prachtig bleef, om ook maar op te kunnen merken dat Moesja geregeld op audiëntie kwam.
Hoofdman Kengpan, trotse vader van de beeldschone Minja, kondigde een groots feest aan toen de verjaardag van zijn oogappel dichter bij kwam. Alle mensen kwamen van mijlenver naar het Wei-dal om dit feest, dat tevens als nieuwjaarsfeest dienst deed, bij te wonen. Het Wei-dal was in rep en roer, iedereen keek naar het langverwachte feest uit. zo ook Weinjao en haar familie.
De bedoeling van hoofdman Kengpan lag er dik bovenop, een echtgenoot voor zijn Minja vinden. Dat is dan ook de reden dat het Wei-dal vol edele, knappe jongemannen zat, in de uithoeken van het rijk had men gehoord van de schoonheid die Minja heette. Moesja zag de bui al groeien, aangezien Minja hem nog nooit echt had zien staan had hij een akelig voorgevoel. Dit is de reden waarom Moesja bij een zijdemakerij langs ging. Hij zou zich een kleed aan laten maken die mooier was dan die van de hoofdman zelf! Zo stopte zijn paard bij het huis van Weinjao. Hoewel hij wist van de affiniteit van het meisje voor zijn persoonlijkheid, wist hij evengoed dat haar vader de beste zijdemaker was van heel het Wei-dal.
Weinjao zag Moesja al van verre afkomen. Snel rende ze naar de zolder, waar een jurk hing waar haar moeder al jaren aan bezig was. Ooit, zo zei het arme mens, zou deze jurk haar bruidsschat worden, ooit zou de dag aanbreken dat zij haar familie eer zou brengen. Al moesten de voorouders de ganse dag vereerd worden!
Moesja, die het kind nooit in iets anders dan haar boerenkledij had gezien, kon zijn ogen niet geloven toen er een meisje de deur opende die de schoonheid bezat van een keizers vrouw. Maar zodra haar gezicht uit de schaduw trad, zag hij de oneffenheden, de lelijkheid van haar neus, en de kaalheid van haar ogen. Direct herkende hij het kind dat bekend stond als de lelijkste van het Wei-dal. Hij handelde zijn zaken af, zonder nog een blik op het meisje te werpen, en verliet de makerij met nieuwe zijden kleren.

Word vervolgd

Gemaakt: 28 september 2010

Geen opmerkingen:

Een reactie posten